Omdat ik zowel training geef in motiverende gespreksvoering, als in oplossingsgericht coachen krijg ik vaak de vraag wat nu precies de verschillen zijn tussen beide methoden. Beoefenaars van de ene ‘school’ weten vaak weinig van de andere. Ook kom ik veel vooroordelen tegen die de andere school geen recht doen. Laatst vroeg ik een Amerikaanse ‘goeroe’ op het gebied van Motiverende gespreksvoering tijdens een workshop wat hij vond van de Oplossingsgerichte benadering. Helaas bleek uit zijn antwoord dat hij de andere methode niet volledig op waarde wist te schatten. En ook andersom heb ik dat weleens meegemaakt.

Hoogste tijd dus voor een blog over deze twee fantastische methodes. Eerst zal ik stilstaan bij enkele overeenkomsten die ik denk te zien, vervolgens bij enkele verschillen en tenslotte zal ik hardop dromen over de wenselijkheid van integratie tussen beide methoden.

Voor het geval je je afvraagt of ik zelf een voorkeur heb: het is voor mij net als bij mijn twee kinderen. Ze zijn deels hetzelfde en deels verschillend. Ieder heeft zijn eigen charmes. Maar vraag me niet om te kiezen voor één van beide!

Voor het gemak gebruik ik vanaf nu de termen MI voor Motivational Interviewing en SF voor Solution Focus, al was het maar omdat die afkortingen ook doen denken aan ‘Mission Impossible’ en ‘Science Fiction’ (met dank aan een humoristische deelnemer).

Overeenkomsten tussen MI en SF

Beide methoden zijn ruim 30 jaar oud en dus inmiddels echt volwassen. Dat blijkt ook uit onderzoek: voor beide methoden bestaat het nodige bewijs dat ze effectief zijn bij het praten met mensen over verandering. En bij beide is vervolgonderzoek wenselijk en dat gebeurt ook.

Beide methoden zijn springlevend en ontwikkelen zich voortdurend verder op basis van onderzoek, praktijkervaringen, kennis-deling op het werk, in literatuur en op congressen. Bij beide methoden zie je vaak dat beoefenaars er een beetje verliefd op worden, onder andere omdat er zo’n mooi mensbeeld onder ligt. Dat mensbeeld komt grotendeels overeen met dat van de humanistische en tegenwoordig positieve psychologie: ieder mens beschikt over kracht en wijsheid en is – onder de juiste omstandigheden – geneigd om zichzelf te ontwikkelen in de richting van een gezond, liefdevol en betekenisvol leven.

Beide methoden zijn in een specifieke, Amerikaanse context ontstaan (hierover meer bij de verschillen) en hebben zich sindsdien als een olievlek over de wereld én over diverse contexten verspreid. Beide zijn sterk in opkomst in het onderwijs – waar steeds meer op een coachende manier wordt lesgegeven.

Beide methoden staan erom bekend dat ze ‘prettig zijn in het gebruik’. Dat wil zeggen dat het toepassen ervan de coach of hulpverlener veel voldoening geeft. Ook de cliënten die het ‘ondergaan’ zijn vaak aangenaam verrast in de zin dat zij als mens voor vol worden aangezien en in zichzelf hernieuwde levenslust, energie, inspiratie, kracht, creativiteit en wijsheid vinden. Tsja, wie wil dat niet?

Beide methoden zijn toekomstgericht en kennen een heldere focus: waar werken we naar toe? Wat is de gewenste verandering? Er wordt in principe niet ‘gegraven in het verleden’ vanuit de vraag: waar is het misgegaan? Het verleden wordt vooral gezien als een rijke bron van leerervaringen over wat wel en niet werkt in het leven van je cliënt. De vraag is niet: wat ontbreekt er? Er wordt gekeken naar: wat is er al? Hierdoor duren de trajecten relatief kort, doorgaans variërend van 1 tot 8 gesprekken, zelden langer. Beide hebben zelfs hun waarde bewezen in hele korte gesprekjes (5 – 10 minuten).

Door de actieve luisterhouding, de waarderende, niet-oordelende blik, het serieus nemen van de ander, het zoeken van samenwerking en het ondersteunen van de autonomie ontstaat er een bijzondere, warme sfeer in gesprekken. Ook kiezen beide methodes voor een houding van niet-weten in plaats van die van een expert. Hierdoor zie je vaak dat eventuele ‘weerstand’ van de cliënt al snel afneemt en omslaat in een bereidheid tot samenwerking en zelfonderzoek.

Beide methoden zijn ‘simple but not easy’. Dit komt onder andere doordat veel mensen oude en ineffectieve reflexen bij zichzelf moeten gaan herkennen en stap voor stap vervangen door andere, effectievere reflexen. Ja, tijdens een driedaagse training kun je prima de basis aanleren en daarna zullen je gesprekken waarschijnlijk een andere kwaliteit en dynamiek krijgen. Uitgeleerd zul je echter niet snel zijn. Ik houd me met beide methoden langer dan 10 jaar bezig en leer nog dagelijks bij.

Tenslotte kenmerken beide ‘conversatiestijlen’ zich door de nadruk op het ontlokken van specifieke taal. En dat is meteen een mooie brug naar de verschillen.

Verschillen tussen MI en SF

verandertaal en oplossingstaalIn het geval van MI ben je als beoefenaar op zoek naar ‘change-talk’ oftewel verandertaal. Hiermee wordt bedoeld: alles wat de cliënt zegt dat vóór verandering pleit of tegen de huidige status quo. Een belangrijk deel van de verandertaal gaat over ‘het waarom’ van verandering. In het geval van SF ben je op zoek naar ‘solution-talk’ oftewel oplossingstaal. Dit zijn uitingen van de cliënt die gaan over: mogelijkheden, oplossingen, successen uit het verleden, kleine stapjes in de goede richting. Een belangrijk deel van de oplossingstaal gaat over ‘het hoe’ van verandering.

Zoals gezegd zijn beide methoden ontstaan in een heel verschillende context. Dit is interessant omdat dat volgens mij iets zegt over ‘het ideale toepassingsgebied’. Ik geloof namelijk in ‘de juiste tool voor de juiste klus’. Een hamer is bedoeld om een spijker in hout te slaan. Kun je ook een schroef in hout slaan? Natuurlijk kan dat, maar met een schroevendraaier gaat het een stuk makkelijker en effectiever.

SF is ontstaan in een achterstandswijk in Milwaukee in het werken met multi-problem-gezinnen. Je kunt je vast voorstellen dat het zoeken naar de oorzaak van problemen daar weinig zinvol was. De problemen en oorzaken waren simpelweg te talrijk en te complex. Vragen naar de oorzaak leidde slechts tot het beschuldigen van elkander: ‘Waarom wij zo veel problemen hebben? Dat komt doordat papa drinkt, omdat mama zeurt, omdat de kinderen lastig zijn, omdat papa te weinig geld verdient…’ Niet erg effectief dus. De grondleggers van SF, Insoo Kim Berg en Steve de Shazer, ontdekten dat een gezin het veel sneller eens werd als er van begin af aan werd gesproken over positieve doelen, wat er al werkt, creatieve oplossingen en kleine stapjes in de goede richting. Als je mij nu vraagt waar SF het best op haar plaats is, dan denk ik: bij complexe systemen, zoals gezinnen, teams, scholen, organisaties.

MI is ontstaan in de behandeling van alcoholverslaafden en ontwikkeld door Bill Miller en Steve Rollnick. Omdat dat effectief bleek, verspreidde het zich naar andere vormen van verslaving, zoals soft- en harddrugs, gokverslaving, etc. Vandaar was het een kleine stap naar het bevorderen van een gezonde leefstijl en naar zaken als behandeltrouw (medicijn-inname, meewerken aan een therapie, etc.). En inmiddels wordt MGV met succes ingezet op zo’n beetje alle gebieden waar motivatie en gedragsverandering een rol speelt, met name wanneer dat gedrag ongezond, risicovol, ineffectief, onproductief of ronduit gevaarlijk is.

Als je me dus vraagt waar MI op haar best is, dan denk ik aan: ‘gewoontegedrag waar men ambivalent over is’. Want of het nu gaat over het gebruiken van drugs, ongezond eten of het niet opzetten van je helm op een bouwplaats: al deze gedragingen leveren op korte termijn een zeker plezier of gemak op, terwijl je er op de lange termijn een prijs voor betaalt. Zie daar het grote dilemma van de mens: kies ik voor ‘snel geluk’ of voor ‘duurzaam geluk’. MI is als geen andere methode toegerust om mensen te helpen een bewuste keuze te maken in dit ‘duivelse dilemma’.

Een interessant verschil tenslotte is hoe beide modellen omgaan met ‘confrontatie’. Je kunt je vast voorstellen dat bij verslaving (en ander gewoontegedrag) er iets stevigs nodig is om dit te veranderen. MI hanteert hiervoor het zogenaamde ‘discrepantie vergroten’. Dit is in feite een vorm van zelfconfrontatie en werkt al volgt. Doordat de cliënt meer contact krijgt met dieper gelegen doelen en waarden wordt hij zich bewust van het pijnlijke contrast tussen ‘wat ik zou willen doen’ en ‘wat ik feitelijk doe’. Hierdoor ontstaat vaak een diep verlangen naar verandering. Als vervolgens het vertrouwen toeneemt en de gewenste verandering steeds meer als haalbaar wordt gezien, dan zie je dat mensen langzaam maar zeker stappen gaan zetten richting verandering.

Bij SF confronteert men simpelweg niet, vanuit de overtuiging dat confrontatie meer hoort bij een traditionele, probleemgerichte aanpak en vaak meer kwaad doet dan goed. Een SF-beoefenaar werkt allereerst aan een co-creatie relatie, gaat vervolgens op zoek naar een ‘stip aan de horizon’ en kijkt vervolgens met ‘een roze microscoop’ heel gedetailleerd naar alle hoopgevende signalen uit het verleden en de nabije toekomst: wat werkt er al en wat zou er kunnen werken. De oplossingen komen daarbij niet van de coachende professional, maar van de cliënt zelf. Tegenwoordig wordt oplossingsgerichte gespreksvoering (met als aanvoerder Coert Visser) ook wel ‘progressiegericht’ genoemd en inderdaad dekt dat beter de lading.

Als ik nu het verschil tussen MI en SF tot één woord zou moeten reduceren dan denk ik dat MI meer gaat over ‘willen’ en SF meer over ‘kunnen’. En wat komt er nu eerst: willen of kunnen? Natuurlijk moet je eerst willen, voordat je je gaat inspannen om iets te kunnen. Aan de andere kant moet je geloven dat je iets kunt, voordat je het durft te willen. Mijn overtuiging is dat beide aspecten noodzakelijk zijn en dat je nooit te lang in één van beide gebieden moet blijven hangen. Ook kun je per cliënt bekijken waar het meest behoefte aan is: aan motivatie of aan vertrouwen in eigen kunnen (zelf-effectiviteit). In het eerste geval zou ik zeggen: werk aan willen; in het tweede geval: werk aan kunnen.

Wat kunnen beide methoden van elkaar leren?

Ik ken geen methode waarbij de gespreksvaardigheden zo tot op micro-niveau zijn uitgewerkt én onderzocht als MI. Met name de vaardigheid van het ‘reflectief luisteren’ is bijzonder waardevol en voor veel mensen bepaald niet gemakkelijk om te leren. De ontvanger van deze manier van luisteren voelt zich vaak op diep niveau begrepen. In dit blog lees je meer over deze actieve, empathische en aandachtige manier van luisteren. Oplossingsgericht werkenden stellen vaak prachtige, out-of-the-box vragen die de cliënt in contact brengen met diens eigen kracht, creativiteit en wijsheid. Echter in het zoeken naar de ultieme vraag zou zo iemand wel eens door kunnen schieten en vergeten om echt met aandacht en empathie te luisteren.

Andersom zijn MI-beoefenaars er een kei in om het verlangen naar verandering aan te wakkeren. Als dit echter niet gepaard gaat met toegenomen vertrouwen dan is wat je aan het doen bent in feite ‘wreed’, zo zeggen ook grondleggers Miller en Rollnick zelf. Nu besteed ook MI wel aandacht aan het vergroten van vertrouwen in eigen kunnen, maar hierin zijn SF-beoefenaars werkelijk virtuoos, onder andere omdat zij zo heel gedetailleerd doorvragen naar alle kleine, hoopgevende signalen uit het verleden en de nabije toekomst en hierbij niet snel zullen opgeven. Hier lees je meer over oplossingsgericht werken en denken.

Kortom: neem eens een kijkje in de keuken van de ander, zodat je nog beter wordt in datgene waar het uiteindelijk om gaat: effectieve gesprekken voeren over verandering met mensen die lijden. In mijn eigen trainingen en coachgesprekken merk ik dat beide methoden steeds meer door elkaar gaan lopen. Soms ook krijg ik opdrachten zoals in het onderwijs of de arbeidsre-integratie waarbij ik een goed doordachte combinatie van beide methoden aanbied. Ook spreek ik steeds vaker andere trainers die eenzelfde keuze maken.

Toekomst-muziek: motiverende oplossingsgerichte gespreksvoering!

samenwerking en lerenEerlijk gezegd hoop ik dat de scheidslijn tussen MI en SF ooit vervalt en men steeds meer gaat samenwerken en leren van elkaar met als ultiem doel: nóg effectiever worden in het faciliteren van blijvende verandering in mensenlevens, in gezinnen, op scholen, in organisaties en – je mag zeggen dat ik een dromer ben, maar ik ben niet de enige – misschien wel op mondiaal niveau.

Hoe kunnen we dat doen?

Door te onderzoeken wat onze diepste doelen en waarden zijn en hoe die contrasteren met ons huidige gedrag. En door het verlangen dat dan hopelijk ontstaat te gebruiken om te zoeken naar mogelijkheden, oplossingen en kleine stappen in de goede richting. En laten we daarbij niet vergeten stil te staan bij wat er al is en wat er al werkt, want er is niets motiverender dan het besef van ‘reeds bereikte progressie’.

Laten we wijzen naar mogelijkheden en oplossingen in plaats van naar elkaar…

Je bent van harte welkom om hierover van gedachten te wisselen, in een comment hieronder of face to face tijdens een van onze trainingen.

Vind je dit blog waardevol? Fijn als je hem deelt in je netwerk!

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedin